|
OptometrieTijdens de opleiding aan het IORT te Brussel werd er bijzonder veel aandacht besteed aan de optometrie ("oogmeetkunde").
In de zaak in Hamme beschikken we over de modernste meetapparatuur. Door middel van computergestuurde metingen gaan we op zoek naar de ideale correctie en professioneel advies.
Het is verstanding minstens 1 keer in de 2 jaar uw ogen uitgebreid te laten controleren.
In geval van twijfel over de gezondheid van uw ogen, zullen we uiteraard door verwijzen naar een oogarts. |
|
Bijziendheid (myopie)Iemand is bijziend, wanneer hij of zij goed dichtbij ziet en slecht veraf. Dit wordt gecorrigeerd met negatieve (concave of holle) glazen. Het oog is als het ware te sterk, de lichtstralen worden te fel gebroken, de breking moet afgezwakt worden met negatieve glazen. |
|
Verziendheid (hypermetropie)Iemand is verziend, wanneer hij of zij goed veraf ziet en slecht dichtbij. Dit wordt gecorrigeerd met positieve (convexe of bolle) glazen. Het oog is als het ware te zwak, de lichtstralen worden niet voldoende gebroken, de breking moet versterkt worden met positieve glazen. Lichte verziendheid komt vaak slechts op latere leeftijd (+/- 40 jaar) naar boven. Tot dan wordt het gecompenseerd door het natuurlijk accommodatievermogen van het oog. Sterke verziendheid moet zo vroeg mogelijk gecorrigeerd worden om de ogen en de beeldvorming ten volle te laten ontwikkelen. |
|
Astigmatisme Vaak stellen we ons het oog voor als een bol. In vele gevallen lijkt het oog meer op een rugbybal; de krommingen horizontaal en vertikaal zijn niet gelijk. Dit verschijnsel noemt astigmatisme. Dit verschil in kromming verstoort de beeldvorming en moet gecorrigeerd worden met cylindrische glazen. Heel dikwijls komt astigmatisme voor in combinatie met bijziendheid of verziendheid. |
|
PresbyopieOm kortbij te lezen moeten onze ogen accommoderen. De lens wordt boller om een hogere sterkte te produceren. Het accommodatievermogen neemt stelselmatig af vanaf de jeugd. Op een bepaald moment (typisch tussen het 40e en 45e levensjaar) kan men niet meer op een normale afstand comfortabel lezen. Een tekst moet steeds verder gehouden worden om hem te kunnen lezen. Een leesbril moet dit gebrek aan accommodatie opvangen om terug in comfortabele omstandigheden te kunnen lezen of nabij kijken. Dit overkomt (bijna) iedereen, mensen die nooit voordien een bril droegen, maar ook bijziende en verziende mensen. Het verschil tussen de correctie voor ver en de correctie voor dicht is de additie. Deze is altijd positief en gelijk voor beide ogen. |
|